Het debat over stablecoins in Washington draait om de eigenschappen: wie er eentje mag uitgeven, wat het moet dekken, en hoe het wordt gecontroleerd. De Federal Reserve, de centrale bank van de VS, en de OCC, de toezichthouder van nationale banken, kunnen niet zomaar accepteren dat een token één dollar waard is; ze moeten bepalen wie die belofte mag maken.
Een op de dollar gebaseerde token is eigenlijk een weergave van de eigen munt van het land.
Latijns-Amerika reguleert iets dat structureel anders is: namelijk toegang tot een munt die geen enkele regering daar zelf beheerst. Voor een spaarder in Buenos Aires, Bogota, of Mexico-Stad maakt het weinig uit of het token achter hun spaargeld nou USDC, USDT, of een ander is, zolang de koppeling aan de dollar blijft en de aanbieder betrouwbaar is.
Deze asymmetrie verklaart waarom regionale toezichthouders vaak dezelfde discussie als in Washington overnemen over wie een stablecoin mag uitgeven, terwijl het echte probleem hier anders is, en moeilijker op te lossen.
De echte vraag is niet welke stablecoin wint. Het gaat erom waar de dollars die het token dekken, zich bevinden.
Offshore dollars worden een binnenlands beleidsprobleem
Een dollar op een reserve-rekening in New York doet digitaal hetzelfde voor de gebruiker als een dollar op een rekening in Buenos Aires of São Paulo. Maar voor een toezichthouder in een regio waar harde valuta al tientallen jaren schaars is, zijn die twee dollars niet gelijk. De ene is beschikbaar voor het lokale financiële systeem in tijden van crisis. De andere niet.
Argentinië is wereldwijd nog steeds de meest dollar-gedreven cryptomarkt qua handelsvolume, maar dit komt in de hele regio voor: in Brazilië steeg het institutionele stablecoin-volume van 5% van de lokale crypto-stromen in 2024 naar 84% in 2025. In Mexico bespreekt de Senaat nu een wet over stablecoins gekoppeld aan de peso.
Een steeds groter deel van dollars van huishoudens en bedrijven staat op instrumenten die helemaal offshore zijn. Vroeg of laat zien beleidsmakers dat als een probleem waarvoor een oplossing nodig is en niet als enkel een marktontwikkling.
Moet Latijns-Amerika een deel van die dollars weer terughalen?
Er is hiervoor al een voorbeeld. In juli stelde het ministerie van Financiën in Kenia voor dat stablecoin-uitgevers minstens 30% van het geld van klanten bij een bank in het land zelf bewaren. Geen enkele Latijns-Amerikaanse toezichthouder heeft zoiets nog voorgesteld, maar de reden achter de regel in Kenia – aanhoudend tekort aan dollars en een financieel systeem dat weer grip probeert te krijgen op geldstromen – is misschien nog wel urgenter in Argentinië of Venezuela. Waarschijnlijk zijn beleidsmakers in de regio nu al bezig met vergelijkbare plannen.
Ik denk niet dat dit een makkelijke keuze is. Geen van de bestaande regels in de regio – niet het Argentijnse PSAV-systeem, niet de regels in Brazilië sinds februari, en niet het wetsvoorstel in Mexico – heeft dit probleem nog aangepakt. Een misschien onopvallend voordeel daarvan is dat ze het niet geprobeerd hebben.
Mijn idee: als landen lokale reserve-eisen gaan stellen, verdeelt dat de liquiditeit die nu vooral in USDT en USDC zit. Daardoor verliezen lokaal gebackte stablecoins hun inwisselbaarheid, wat ze juist geschikt maakt voor bijvoorbeeld overboekingen. Het risico is dat de vraag zich dan verplaatst naar ongecontroleerde kanalen in plaats van officiële. Dat zou het tegenovergestelde bereikten van de bedoeling van zo’n regel.
Het alternatief waar we naar toe zouden moeten werken, is dat beide systemen naast elkaar bestaan: zowel stablecoins met lokale als met offshore reserves die onder toezicht staan, en vrij kunnen bewegen. Gebruikers kunnen dan zelf kiezen waar hun dollars staan.
Of de regio deze aanpak kiest, of juist kiest voor een simpele verplichte binnenlandse reserve zoals in Kenia, zal bepalen hoeveel van het Latijns-Amerikaanse dollarsparen binnen toezicht blijft en hoeveel het informele circuit opzoekt.









